Verhalenverteller Annick Ruyts over rouw en heling na haar ontslag.
tekst Caroline De Ruyck Beeld © Filip Naudts

33 jaar lang maakte Annick Ruyts (60) met hart en ziel televisie voor de openbare omroep. Voor de camera, in programma’s als ‘Te gek’ en ‘Grenzeloze liefde’, en later ook achter de schermen, als eindredacteur van onder meer ‘Alleen Elvis blijft bestaan’. Tot de VRT haar samen met 49 collega’s van de ene dag op de andere aan de deur zette. In haar boek ‘Bedankt voor bewezen diensten’ vertelt Annick openhartig over de rouw die volgde op de mokerslag. En over hoe ze, met vallen en opstaan, ‘vervelde’ tot een nieuwe Annick. ‘Door diep in een rouwproces te gaan, heb ik geleerd hoe mooi troost kan zijn.’
Dat ze ooit iets zou schrijven over de letsels die haar gedwongen exit sloeg, was al snel een uitgemaakte zaak, vertelt Annick wanneer we elkaar ontmoeten in een gezellige koffiebar in Brussel. ‘Na mijn ontslag was ik totaal van de wereld. Met mijn hoofd vol watten begon ik al vanaf de eerste avond alles wat ik voelde bij te houden in een audiodagboek. Later ging ik ook wat dingetjes opschrijven. ‘Perfect logisch’, zei psychiater Dirk De Wachter toen ik hem interviewde voor het boek. ‘Woorden zijn jouw job, je hebt nooit iets anders gedaan. Je job was dan wel weg, je talent om te schrijven en verhalen te vertellen was gebleven.’ Omdat de pers uitvoerig had bericht over de ontslagronde bij de VRT, stroomden mijn social media vol met getuigenissen van mensen die ook zo’n traumatische exit hadden meegemaakt. Daaruit bleek duidelijk een oorzakelijk verband tussen de manier van ontslag en de intensiteit van het verdriet daarover. Onderzoek had trouwens ook al die link aangetoond. Toen groeide het idee om mijn dagboekfragmenten en de verhalen van lotgenoten in boekvorm te gieten, aangevuld met interviews met deskundigen: onder andere psychologen, psychiaters en artsen, maar ook met HR-experten en managers.’
Zo werd je boek tegelijk een ‘verslag van een ontslag’ – en vooral de rouw die daarop volgde – én een oproep aan bedrijven om ontslagen medewerkers op z’n minst een waardig afscheid te gunnen.
‘Mijn persoonlijk verhaal was inderdaad het uitgangspunt. Maar als rouwende ontslagen werknemer wou ik ook een stem geven aan de vele lotgenoten die net als ik een trauma aan dat ontslag overhielden. Sommige mensen die ik sprak, barstten zelfs na tien jaar nog in tranen uit. Ik was verbijsterd over de respectloze manier waarop heel wat bedrijven een ontslag aanpakken. Daarom richt ik in ‘Bedank voor bewezen diensten’ inderdaad ook een oproep aan al wie aan de andere kant staat, aan de slechtnieuwsbrengers: als je een werknemer moet laten gaan, verlies dan alsjeblieft het menselijke niet uit het oog. Het kost niet veel moeite om op z’n minst dankjewel te zeggen.’

Zo’n empathisch ontslag was jou helaas niet gegund. Had een mildere, persoonlijker aanpak het echt allemaal minder lastig gemaakt?
‘Ik had wellicht iets minder diep gezeten. Mijn ontslag sloeg een enorme wonde. Door het zo koud en onmenselijk aan te pakken, strooide de VRT er nog wat zout in. Dàt deed het meest verdriet. Dààr zit het grootste deel van mijn trauma. Mensen die ik niet kende, deelden mij koeltjes mee dat ik kon vertrekken. Waarom weet ik nog altijd niet. Dat kan toch anders en beter? Empathie kan je niemand aanleren. Maar als bedrijf kun je wel zorgen voor een degelijk ontslagbeleid. Door voor leidinggevenden te kiezen die ook oog hebben voor de menselijke kant, bijvoorbeeld. Of door vóór een ontslagronde tijd uit te trekken voor een opleiding daaromtrent, of een coach in te schakelen om het exitgesprek te begeleiden en eventueel foute dingen op te vangen. Zo voorkom je niet alleen trauma’s, je beschermt ook de reputatie van jezelf als werkgever.’
We zijn intussen bijna anderhalf jaar later. Hoe gaat het vandaag met je, in vergelijking met toen?
‘Honderdduizend keer beter, omdat het zelden slechter is geweest. Ik ben fysiek en emotioneel gecrasht en heb besloten om er helemaal dóór te gaan, om een echt rouwproces door te maken. In ‘Winteren’, een prachtig boek van Katherine May, vond ik op het juiste moment een mooie beeldspraak. Als er iets heel ergs gebeurt, kun je kiezen, schrijft May. Ofwel doe je alsof er niets aan de hand is, groeit er eelt over de wonde maar blijft ze misschien etteren. Ofwel ga je er helemaal in, snijd je al het vlees weg en leg je alle zenuwen bloot. Bovenop dat rauwe kan dan gezond vel groeien. De wat stoerdere Annick van vroeger had misschien voor dat eerste gekozen, maar ik ging heel bewust voor het tweede, voor het tragere, het kwetsbare. Voor dat proces van ‘vervellen’.
Mijn herstel ging met vallen en opstaan. Met periodes waarin de angst en de onzekerheid het overnamen. Maar ook periodes waarop ik merkte ‘hé, ik heb er weer zin in’. Stap voor stap kwamen er lichtpuntjes die me aansterkten. Vandaag voel ik me oprecht goed, mede dankzij die keuze. Het litteken blijft en gaat af en toe jeuken (lacht). Maar ik heb weer van alles om handen nu: columns en reisreportages voor Libelle, een leuk project rond het Ensor-jaar én plannen voor nieuwe boeken. Mijn man zei onlangs: ‘ik zie weer de Annick van vroeger’, en da’s wel fijn.’
In het begin leek je het moeilijk te hebben met de term ‘rouwen’. ‘Want is het wel normaal om te rouwen over het verlies van je werk, ook wanneer de rest van je leven redelijk op orde staat’, schrijf je. Wanneer kwam het besef: ja, ook bij een verlieservaring als deze is rouwen oké en misschien zelfs een must om uiteindelijk dat verlies een plek te geven?
‘Werkloos worden is veel meer dan alleen maar je job kwijt raken. Arbeidspsychologen spreken van het latente deprivatiemodel: een chique term voor het feit dat je na een ontslag echt àlles kwijt bent. Een stuk van jezelf, je zekerheid, je structuur, je creativiteit, je sociale contacten, je zingeving. Ik hoorde wel eens: ‘maar allé Annick, je wordt meer dan 2 jaar uitbetaald. Geniet ervan, ga eens naar Parijs.’ Alsof het een cadeau was. Alsof ik wilde genieten, of ik ook maar zín had in Parijs. Ik wou verdorie maar één ding en dat was werken (lacht). Ik baadde inderdaad in een zee van tijd maar was daarin aan het verdrinken. Voor een sociaal beestje als ik was die eenzaamheid, dat gevoel van niet meer gezien of gewild worden gewoon vreselijk. Niemand wachtte op mij, niemand verwachtte iets van mij. Dus stond ik mezelf een rouwproces toe. Want ik was de job van mijn leven kwijt. Een job waar ik jarenlang zo trots op was geweest. Er was een stuk uit mij gekapt, ik voelde me verstoten en verpletterd. Sommigen koppelen rouw uitsluitend aan een reactie op het verlies van een dierbare. Terwijl experts rouwen een reactie noemen op het verlies van iets wat je niet wilde verliezen. Dus ja, rouwen mocht ik absoluut.’

Neem tijd
en wees mild voor jezelf
Welke rol speelde je omgeving tijdens je rouwproces? In je boek heb je het onder andere over het belang van ‘kleine vriendelijkheid’. ‘Mooie term hé (lacht). In ‘Vertroosting’ schrijft Dirk De Wachter: ‘Als iets troost is, dan is het het kleine goede dat zo dicht bij vriendelijkheid zit. De mens die iets voor u doet. Iets kleins. Iets ogenschijnlijk onschuldigs.’ Net na mijn ontslag heb ik dat een paar keer van heel dichtbij mogen meemaken. De warmte en het begrip van de VRT-medewerker die de praktische afhandeling van mijn dossier moest regelen bijvoorbeeld. De steun van de man bij Actiris, de Brusselse VDAB. Al de lieve berichtjes op Facebook van mensen die even de tijd namen om mij een hart onder de riem te steken. Ze beseffen het wellicht niet, maar ze hebben allemaal iets wezenlijks voor mij betekend, mij op hun manier een stukje getroost. Net als mijn partner en mijn beste vriendinnen. Zij zagen mij maandenlang als een jojo op en neer gaan, maar er was niemand die zei ‘komaan, Annick, en nu er weer tegenaan’. Wel: ‘wat heb je op dit moment nodig, wat kunnen we voor je doen?’. Ook de natuur bracht troost. Net als mooie boeken, muziek, wandelingen in de Ardennen, waar we een huisje hebben. Het waren zalven op die brandende wonde. Ze lostten niets op, maar ze hielpen mij wel ontzettend om schoonheid te blijven zien.’
Bij wijze van afsluitingsritueel volgde je een workshop kintsugi en liet je een tatoeage zetten. Je maakt nu ook keramiek, zag ik op je Instagram.
‘Tijdens die ingrijpende periode in mijn leven voelde ik een gemis aan rituelen. Ik ben niet gelovig, dus bedacht ik er zelf enkele. De symbooltatoeage aan de binnenkant van mijn rechterarm is een open driehoek met een hoedje. Het openen betekent dat ik opensta voor verandering, het hoedje is een pijl die toont dat ik vooruit wil. Als ik me wat minder voel, dan wrijf ik er eens over en dat helpt. Meestal (lacht). Ook die workshop kintsugi werkte helend. Objecten opzettelijk breken en ze daarna met gouden lak herstellen zodat ze net mooier worden: wat
een prachtige symboliek. Tijdens de workshop toonde ik voor het eerst mijn verdriet tegenover vreemden, die allemaal even lief en begrijpend reageerden. Het was een heerlijke namiddag. Pottenbakken is mijn nieuwste hobby. Met mijn handen met klei bezig zijn maakt me ongelooflijk rustig. Het resultaat is niet altijd grote kunst (lacht). ‘Je kommetjes stapelen nogal moeilijk’, zegt mijn man dan diplomatisch. Maar ik vind het superplezant.’
Is er iets wat je kunt meegeven aan lotgenoten die het allemaal maar somber inzien?
‘Neem tijd en wees mild voor jezelf. Zoek professionele hulp als je voelt dat het niet lukt. Hoe dringend en dwingend het ook lijkt, begin niet koortsachtig naar een nieuwe job te zoeken. Pas wanneer je jezelf weer graag gaat zien, is het tijd om weer te gaan solliciteren. Onthoud vooral: ook al ben je misschien je werk kwijt, je talenten kan niemand van je afpakken. Dat inzicht gaf mij een enorme boost. De grote Stephen Fry, die ooit te gast was in ‘Alleen Elvis’, formuleerde het ooit zo: ’We are not nouns, we are verbs’. Vroeger begreep ik die woorden niet zo goed, nu weet ik perfect wat ze betekenen. Mijn identiteit valt niet meer samen met mijn job, maar met mijn kwaliteiten. Weet je, ik was helemaal geen televisiemaker (lacht). Ik was iemand die goed kon communiceren, goed kon schrijven, mensen heel erg kon enthousiasmeren, verhalen kon vertellen. En al die talenten, die hèb ik nog altijd.’
instagram: @ruytsannick